Paul Soete

AVONDNOOD

AVONDNOOD

 

Het zingt al de hele tuin rond,
woorden die opvliegen op zoek
naar eigen voertaal. Hoe minder
ze vinden, hoe kleiner de tak.

 

Soms stijgt een dag op als gas,
of zie je de bodem pas als het fruit
is geplukt. Water ruikt nooit naar aarde,
voor het op de grond uiteen is gespat.

 

Dat uur van goud en zijn lange schaduw,
dat bomen kleurt met oosters zacht.
Geen heksenbezem of houtrot meer,
geen stambreuk. Alleen nog gelijknamig.