Paul Soete

LAM GODS

LAM GODS

 bij Altar, Kris Martin, 2013 strand Oostende

 

Niet van eik of wrakhout, maar een raam van leegte
dat wegneemt de zorgen van de week. Kinderen joelen
als zingende putti, een man met een heiligenschijn houdt
een hand boven zijn speedo. Geen schuld, maar schaamte.

Aan de waterrand een jongen met een missie. Hij schept de zee
leeg met een schelp en doopt zijn broer. Uit het sfumato daagt
een pas geschilderde piëta van moeder met doodgespeeld kind,
de haren nat. Het zeult een veel te grote emmer achter zich aan.

Van hoog op de ladder spreekt de redder recht. Zonneschermen
wapperen als banieren, waarachter vrouwen in een strandwade
liggen gewikkeld. Ze gaan verbonden op in het nu, als baby’s
gespeend van taal.  De kluizenaar in zijn strandhutje wendt zich af.

In de verte de vlucht uit het zomerland naar zee. Vriendinnen dansen
hun puberteit weg in de rokken van de golven, denken het vloedmerk
met luide gezangen te zullen temmen. Zij heeft weet van dieper water
en blijft in de branding steken. Niet de vis, maar het net aan de haak.

Het staketsel lijnt de zee naar eigen wil, stevig tot boven de knieën
in het af en aan. Vanop hun dijkpaleis snakken aangelanden naar lucht.
Blik op oneindig, niet op elkaar. De golven fronsen hun leigrijze
wenkbrauwen. Wat je te veel ziet, vergeet je te herkennen.