Paul Soete

OPENBAAR DOMEIN

Drie ervaren straatnaamkampioenen kijken voor één keer niet vanuit de hoogte
op het stratenplan neer. Dat doen ze beroepshalve wel, als ze de wit-blauwe borden ophangen.

Ze kijken opgelucht naar boven. Weten immers dat er in Oostende
geen ‘Burgemeester Charles Rotsaert de Hertainglaan’ is (netto 41 letters).
Of een ‘Zeventiende Escadrille Lichtvliegwezenlaan’. En ja, dat scheelt een bordje.

En gelukkig is er ook geen Pik- of Pispot-, Bekaf- of Bruine Broekstraat.
Want die bestaan dus écht, godbetert! Ook geen Nicaraguaanse toestanden,
zoals: ‘Ik woon in Managua, 8 kilometer over de weg naar Masaya, bij het Colegio
Teresiano 2 blokken naar het oosten en dan 1 blok naar boven tegenover de Esso-pomp.’

Is het dan makkelijker om de straten gewoon te nummeren op z’n New Yorks:
‘Op de hoek van 3rd Avenue en East 85th street’?

Nee. Wij kiezen voor straatnamen met een ode aan de lijndraaier of touwslager.
Namen met respect voor een graaf of aartshertogin. Of met enig groen heimwee
naar wulpen en roerdompen. We hebben zelfs een straat zonder einde.
En hopelijk heel veel ‘zonder haat straat’– straten.