Paul Soete

SCHRIJNWERKERIJ

Een timmerman is in z’n houten nopjes als hij kan monteren of construeren.  Is enkel ‘lui’
in z’n woordelijk meervoud. Bestudeert en markeert balken met potlood en duimstok.
Zaagt en snijdt op maat. Strooit gul met spijkers en schaafkrullen. Repareert daken
en deuren. Naadloos werkt hij alle naden af. Er kan hem niets gebeuren.

Kist- of kastenmaker … de schrijnwerker schijnt. Hij schijnt als een metalen ochtendzon
die elke boom nieuw leven geeft.

Ongewild laat hij in het zaagsel zijn voetafdruk achter. Als die dan ook nog duurzaam is,
zijn we pas echt goed aan het stappen. Van bos tot winkel, van zagerij tot werkerij.
Alle hout wordt hier op de voet gevolgd. Fair hout, dus. Zongerijpt.